Jean-Marie Werrebrouck

 
 

Een verwenkoffie

aan een tafeltje alleen –

even wennen toch.


Om niet te storen

loopt ze op kousenvoeten

in draf de trap af.


De oude garde

bespeelt de nieuwe lichting –

overtroeven troef.


Oma’s bonsaibos,

door een afgeweken bal

in één klap gerooid.


Slechts het brilletje

doet een vermoeden rijzen:

dames op leeftijd.


De laatste spreker

begint toch af te ronden

en af te ronden.

 

Voornaam: Jean-Marie


Werrebrouck (° Alveringem, 1952) in Gent wonen en werken. Omdat hij graag

onder de mensen komt, is hij dikwijls onderweg: stappen, fietsen of varen

op binnen- en buitenlandse wateren.  Inspiratie opdoen, overal en op alle

plaatsen.


Een tiental jaar geleden probeerde hij zijn eerste versje van vijf, zeven,

vijf syllaben.  Sindsdien is hij naarstig verder blijven schrijven.

Gaandeweg ontwikkelde hij een eigen stijl en geraakte actief betrokken bij

haikukern De Fluweelboom, waar hij verslaggever van de tweemaandelijkse

vergaderingen werd.


Haiku’s en senryu’s uit zijn pen  werden in het Engels, het Frans, het

Spaans en zelfs het Latijn vertaald. Sommige verzen werden verticaal

geklasseerd, andere   

gekalligrafeerd, geëxposeerd of gepubliceerd in

Vuursteen, Aan het woord, Concept, de Kantelkalender, Een vlucht

herfstvogels, Al stappend op kasseien, Een handvol veren, e.a.